Een passende keuze maken vanuit visie
Leerlingen kunnen beter leren en zich ontwikkelen wanneer zij zich prettig voelen. Mentaal welbevinden vormt de basis voor motivatie, concentratie, sociale relaties en veerkracht. Scholen spelen hierin een unieke rol: ze zien leerlingen dagelijks en kunnen vroegtijdig signaleren en handelen wanneer het niet goed gaat. Een school die structureel aandacht heeft voor welbevinden, creëert een veilige plek waar iedereen kan groeien. Zo kan iedereen vanuit burgerschap een steentje bijdragen aan de maatschappij. Welbevinden is geen project of een losstaande interventie. Het is een doorlopend onderdeel van de schoolontwikkeling. Om te komen tot een duurzame aanpak, is het aan te raden om het thema welbevinden stapsgewijs in kaart te brengen, doelen te bepalen en op grond daarvan interventies en acties te kiezen welke passen bij de school. Op deze pagina geven we richtlijnen hoe je kan komen tot een schoolbrede aanpak, waar de daadwerkelijke keuze voor een specifieke interventie een onderdeel van is. Hierbij is ook gebruik gemaakt van de Gezonde School aanpak
Voordat je (verder) aan de slag gaat met welbevinden is het belangrijk om de beginsituatie van jouw school in kaart te brengen. Een goede basis, weten waar je staat, is een belangrijke voorwaarde om succesvol te kunnen werken. Zo krijg je een overzicht van wat er goed gaat, wat aandacht nodig heeft en waar jullie kansen liggen. Drie onderdelen zijn hierin van belang:
Een visie maakt duidelijk waar je naartoe werkt. In de visie komen vaak de kernwaarden van de school terug, zoals vertrouwen, betrokkenheid, groei of samenwerking. Deze waarden vormen de basis voor keuzes in het onderwijs. Een duidelijke visie helpt het team om dezelfde richting aan te houden.
Begin bij het ‘Waarom’
Het is van belang om eerst na te denken over waarom mentaal welbevinden belangrijk is als onderdeel van goed onderwijs. Hoe kijken jullie binnen de school hiernaar? Leg dit vast en communiceer dit naar de collega’s. Wanneer teamleden begrijpen waarom dit belangrijk is, ontstaat er meer draagvlak.
Van visie naar praktijk
Vervolgens breng je de beginsituatie in kaart. Wat gaat er al goed, wat heeft aandacht nodig? Betrek hierbij ook je medewerkers en leerlingen. Kijk hoe je hier als school aan kan werken en wat leerlingen daar concreet van zullen merken. Dit kan bijvoorbeeld door aandacht te hebben voor een veilige cultuur, open communicatie en aandacht voor veerkracht. Er kan bijvoorbeeld extra aandacht besteed worden aan check-ins, klassengesprekken of aandacht voor sociaal-emotionele vaardigheden.
Praktijkvoorbeeld
Speciaal Basisonderwijs Lucas uit Rotterdam heeft onder leiding van een expert van Young Academy of Life met het team onderzocht welke kernwaarden de school heeft en hoe de visie daarbij past. Het team heeft de kernwaarden ‘Samen’, ‘Durven’ en ‘Groeien’ gekozen. Per kernwaarde is afgesproken wat de leraren met hun onderwijs willen meegeven aan de leerlingen. Bij de kernwaarde ‘Durven’ hebben zij bijvoorbeeld het kinddoel gesteld: “Ik kan handelen naar wat goed is voor mijzelf en wat bij mij past.” De leerkrachten hebben met elkaar bepaald hoe zij de leerlingen hierin op maat stimuleren en wat zij in hun dagelijkse routines toepassen om hieraan bij te dragen. Directeur Jacco van de Burgt: “Binnen SBO Lucas zijn we blijven bouwen aan ons ‘Samen.Durven.Groeien’-verhaal en dat zie je terug in onze kinderen én resultaten.”
Stel een Coördinator aan
Om succesvol aan de slag te gaan met mentaal welbevinden is het belangrijk om een coördinator aan te stellen. Dit is een medewerker die enthousiast en gemotiveerd is en het thema welbevinden verder de school binnen kan brengen. Deze coördinator kan ook zorgdragen voor meer inzicht over de beginsituatie van stap 1. Goed beleid voor mentaal welbevinden begint met inzicht over hoe het met leerlingen gaat. Wat gebeurt er verder al binnen de school op het gebied van mentaal welbevinden?
Luisteren naar leerlingen
Leerlingen zijn de belangrijkste bron van informatie. Wat ervaren zij als helpend? Waar lopen zij tegenaan? Dit kan in kaart gebracht worden via gesprekken of vragenlijsten, maar ook bij dagelijkse praatjes bij binnenkomst. Ook in de korte gesprekjes kan je als leraar een beeld krijgen van hoe (sociaal) veilig en prettig leerlingen zich voelen en welke zorgen of druk zij ervaren.
Inzichten van ouders en collega’s
Ouders of verzorgers hebben vaak een beeld van hoe het met hun kind gaat, binnen en buiten school. Leerkrachten, mentoren en ondersteuners zien daarnaast dagelijks hoe het met leerlingen gaat binnen de school. Gesprekken, vragenlijsten of de medezeggenschapsraad kunnen helpen om deze inzichten op te halen.
Gebruik wat er al is
Veel scholen hebben al waardevolle informatie, zoals leerlingvragenlijsten, verzuimcijfers of signalen uit zorgoverleggen. Ook lopen er vaak al (losse) initiatieven rond mentaal welbevinden. Door deze informatie samen te brengen, ontstaat een helder overzicht en kunnen er hierna gerichte keuzes gemaakt worden mede op basis van de eerder vastgestelde visie.
Inzicht geeft veel informatie. Door te ‘focussen’ maak je gerichtere keuzes en kan je je doelen concreet bepalen. Niet alles tegelijk, maar gericht werken aan wat voor de leerlingen het meest belangrijk is.
Duidelijke doelen stellen
Wat wil de school versterken of verbeteren? Denk aan sociale veiligheid, omgaan met stress, weerbaarheid of welbevinden in de klas. Bepaal samen welke doelen centraal staan. Laat deze doelen aansluiten bij de visie en de kernwaarden. Concrete en heldere doelen helpen om gericht te werken en prioriteiten te stellen.
Passende interventies kiezen
Niet elke aanpak past bij elke school. Kies interventies die aansluiten bij de leerlingen, het team en de schoolcontext.
Kijk naar welke interventies goed werken via de onderbouwing van het NJI. Kijk daarbij goed welke onderdelen van de interventies onmisbaar zijn. Dit noemen wij werkzame elementen. Als je hierop voortbouwt vergroot je de kans op effectiviteit en draagvlak. Zie voor verdere uitwerking van de stappen de pagina ‘een passende interventie kiezen’.
Algemeen én gericht werken
Een sterke basis is belangrijk voor alle leerlingen. Tegelijk hebben sommige leerlingen extra ondersteuning nodig. Door algemene aanpakken te combineren met gerichte steun, sluit je beter aan bij de verschillende behoeften.
Gelijke kansen vragen om maatwerk
Niet iedere leerling heeft hetzelfde nodig. Door ongelijk te ondersteunen waar dat nodig is, krijgt iedereen gelijke kansen. De voorkeur is dat alle leerlingen lessen krijgen over sociale vaardigheden binnen het curriculum. Sommige leerlingen hebben daarnaast extra ondersteuning nodig, bijvoorbeeld een specifieke interventie in een kleine groep of in individuele gesprekken. Door deze extra steun te bieden aan wie dat nodig heeft, krijgen alle leerlingen een eerlijke kans om zich goed te ontwikkelen.
Focus bepaalt wat belangrijk is. Plannen zorgt dat het ook echt gebeurt. Het gaat om wie, wat en wanneer.
Activiteiten inroosteren
Maak een overzicht van de activiteiten die uit de gekozen interventie komen. Is dit een eenmalige activiteit of een lessenreeks? Verwerk naast de interventie welzijnsactiviteiten in lessen, mentoruren en het dagelijkse schoolleven. Zo worden deze activiteiten een vast onderdeel van de schoolroutine en blijven ze zichtbaar voor iedereen. Het is helpend om in lessen het doel én het proces voor ogen te houden.
Een voorbeeld: tijdens een rekenles of wiskundeles kijkt de leraar niet alleen naar het lesdoel, maar ook naar procesdoelen: hoe help ik leerlingen die het lastig vinden om door een ‘leerkuil’ te komen? Of welke samenwerkingsvaardigheden kan ik stimuleren om de lesstof eigen te maken? Alledaagse activiteiten bieden hiermee een kans om het welbevinden van leerlingen te stimuleren.
Verantwoordelijkheden verdelen
Maak duidelijk wie welke taak doet binnen de interventie en de welzijnsactiviteiten. Zorg ervoor dat deze gekoppeld blijven. Je werkt tenslotte met hetzelfde doel, namelijk het welbevinden van de leerlingen op peil houden en versterken. Wie begeleidt een groep, wie verzorgt een activiteit, wie houdt overzicht? Zo weet iedereen wat er van hem of haar wordt verwacht.
Tools en ondersteuning bieden
Zorg dat leraren en ander personeel de juiste middelen en training volgen. Dat kan een handleiding, workshop of korte instructie zijn. Goed voorbereide medewerkers kunnen effectiever werken aan het welbevinden van leerlingen. Het is aan te raden om momenten in te plannen om elkaar binnen het team te inspireren over de opgedane kennis.
Monitoren en bijstellen
Plannen is geen eenmalige stap. Houd in de gaten wat werkt en wat niet. Pas activiteiten en verantwoordelijkheden waar nodig aan, zodat het plan blijft aansluiten bij de school, leerlingen en een eventueel veranderende situatie.
Samenwerking met derden
Naast de samenwerking binnen de school, kijk ook eens naar organisaties buiten de school waarmee je kan samenwerken. Andere scholen in de regio werken misschien met dezelfde interventie of hebben ervaring opgedaan met andere interventies. Welke andere (keten)partners zijn er nog meer? Denk bijvoorbeeld aan de GGD en de Gezonde School-adviseur.
Actie betekent: doen. Start klein, zodat het behapbaar blijft en je het goed kunt begeleiden.
Begin met een pilot
Kies één klas of één leerjaar om een nieuwe interventie uit te proberen. Zo kan het team ervaring opdoen en zien wat goed werkt, zonder dat het meteen te groot wordt. In een netwerk van scholen kan eventueel gezocht worden naar bestaande ervaringen met de gekozen interventies.
Een voorbeeld: Een school start een pilot in één brugklas. Tijdens de mentoruren wordt gewerkt aan groepsvorming en stressmanagement. Het team houdt bij hoe leerlingen reageren en praat met hen over hun ervaringen. Na een paar weken worden successen gevierd, bijvoorbeeld door een complimentenmoment, en worden aanpassingen waar nodig gemaakt. In drie andere klassen beginnen ze ook met de mentorlessen en wordt het wederom na enkele weken geëvalueerd. Zo groeit de aanpak stap voor stap naar een schoolbrede uitvoering.
Signalen gebruiken en gesprekken stimuleren
Let op signalen van leerlingen, zoals gedrag of emoties. Moedig leerlingen aan om open te praten over hoe het met ze gaat. Het informeren naar de mening van de leerlingen over de gekozen interventies kan waardevolle informatie geven voor het verbeteren van activiteiten.
Meten, luisteren en verbeteren
Bekijk wat werkt en wat niet met informatie vanuit leerlingen, leraren en ouders. Ook blijf je zo werken aan draagvlak. Vraag naar wat zij nodig hebben om actief bezig te blijven met welbevinden, zijn ze nog enthousiast over de interventie of is er behoefte aan andere activiteiten? Gebruik korte vragenlijsten, observaties of feedbackgesprekken. Pas het plan aan op basis van deze ervaringen. Zo blijft het proces levendig en relevant.
Successen vieren en leren van uitdagingen
Vier kleine en grote successen samen met leerlingen en teamleden. Leer ook van uitdagingen en fouten. Zo ontstaat een positieve leeromgeving en blijft iedereen betrokken. Houdt er ook rekening mee dat alle medewerkers een voorbeeldfunctie hebben voor de leerlingen, ook rondom welbevinden.
Terugkijken en evalueren helpt om de aanpak te verbeteren en steviger binnen de cultuur te verankeren. Cultuur betekent: mentaal welbevinden is een vast onderdeel van het schoolleven, niet een tijdelijk project. Het gaat om een omgeving waarin aandacht, steun en samenwerking vanzelfsprekend zijn.
Blik terug
Bekijk de resultaten, hoeveel leerlingen hebben de interventie gevolgd of waren betrokken bij de schoolbrede aanpak? Wat waren de kosten en wat heeft het opgeleverd? Waren de leerlingen, leerkrachten en ouders tevreden, merkten zij verschil?
Veranker in beleid en routines
Maak welbevinden onderdeel van het schoolbeleid, het jaarplan en dagelijkse routines. Zo krijgt het een vaste plek en blijft het zichtbaar voor iedereen. Neem interventies op die gaan over bewustwording of over specifieke preventie. Leg in het jaarplan concrete procesdoelen vast, die tussentijds worden geëvalueerd.
Blijf trainen en ondersteunen
Zorg dat leraren en personeel regelmatig trainingen en begeleiding krijgen. Nieuwe collega’s moeten vanaf het begin betrokken worden, weten hoe welbevinden binnen jullie school op de agenda staat en hoe zij leerlingen kunnen ondersteunen.
Betrek ouders en externe partners
Ouders of verzorgers, zorgprofessionals en andere partners kunnen helpen het welbevinden van leerlingen te versterken. Betrek hen bij plannen en interventies, zodat er een breed netwerk van steun ontstaat.
Houd het proces levendig
Vier successen, deel ervaringen, evalueer en blijf verbeteren. Zo blijft welbevinden een levend onderdeel van de schoolcultuur.
Een voorbeeld: Op een school is welbevinden vastgelegd in het jaarplan en de schoolregels. Mentoren en leraren krijgen jaarlijks een korte training over signalen van stress en emotionele problemen. Nieuwe collega’s volgen vanaf hun eerste week een introductie over de aanpak van welbevinden. Ouders worden uitgenodigd voor workshops en informatiebijeenkomsten. Door deze blijvende routines en betrokkenheid, ontstaat een schoolcultuur waarin aandacht voor welbevinden vanzelfsprekend is.





