Werkzame elementen
Scholen hebben vaak de vraag: ‘is dit een goede interventie’? Dat is aantoonbaar met effectonderzoek en werkzame elementen. Effectonderzoek (of effectevaluatie) meet de daadwerkelijke opbrengsten van een interventie. Effectieve interventies kunnen worden aangemeld in de databank van het NJi. In de databank van NJI komen veel interventies voor waardoor het lastig kiezen is. Verder zijn er veel interventies die niet in de databank staan, omdat deze (nog) niet aangemeld zijn of nog niet onderzocht zijn. Daardoor is de kwaliteit van veel interventies onduidelijk (Trimbosinstituut, 2024). Wanneer uit effectonderzoek blijkt dat een interventie werkt, is de volgende cruciale stap om te achterhalen waarom deze werkt Meer inzicht in de werkzame elementen kan helpen om de kwaliteit van een interventie te bepalen. Werkzame elementen zijn onmisbare onderdelen die zorgen dat een interventie werkt. Als deze elementen ontbreken, werkt de interventie niet of is deze minder effectief. Veel interventies hebben dezelfde ingrediënten en daarmee gedeelde werkzame elementen. Inzicht in deze elementen draagt bij aan het identificeren van de specifieke doelen en mogelijkheden van een interventie. De onderzoekers van 113 Zelfmoordpreventie hebben een literatuurstudie gedaan naar werkzame elementen van interventies in het onderwijs (voor leerlingen 10-19 jaar) om mentale gezondheid te bevorderen en/of suïcides en suïcidepogingen te voorkomen.
De werkzame elementen van interventies voor de leeftijd 10-19 jaar zijn onderzocht. Hieronder geven we een lijst van de werkzame elementen die het vaakst voorkomen in effectieve interventies. Voor de interventies met een NJI classificatie hebben we de werkzame elementen kunnen bepalen. Deze vind je terug bij de beschrijving van de interventies. Bij het maken van de keuze kan je dus ook kijken naar welke werkzame elementen je belangrijk vindt dat aanwezig zijn in een interventie. Vaak gaat het om een combinatie van werkzame elementen die samen ervoor zorgdragen dat een interventie doet wat werkt.
In onderstaande tabel zie je per adolescentie fase, welke werkzame elementen het meest voorkwamen in effectieve interventies:
*Vroege adolescentie (10-13 jaar)
**Midden adolescentie (14-17 jaar)
***Laat adolescentie (17+ jaar)

Omschrijving werkzame elementen
Assertiviteit
Technieken om zelfvertrouwen te vergroten, voor jezelf op te komen, standvastig te blijven en/of een standpunt in te nemen.
Besluitvorming
Vermogen om informatie te beoordelen en een keuze te maken
Copingvaardigheden
Methoden die iemand gebruikt om met stress om te gaan en cognitieve technieken om de interpretatie van gebeurtenissen te veranderen (bijv. cognitieve coping of cognitieve herstructurering).
Emotieregulatie
Het vermogen om effectief met emotionele ervaringen om te gaan en erop te reageren.
Hulpzoekend gedrag
Het stimuleren van het zoeken van informele en formele hulp.
Inzicht opbouwen
Ontwikkeling van innerlijk inzicht, reflectie, onderzoek naar een beter begrip van persoonlijke drijfveren; zelfbewustzijn.
Interpersoonlijke relaties en sociale vaardigheden
Vaardigheden om te communiceren, te interacteren en samen te werken met anderen en/of om hechte, sterke relaties tussen ≥2 personen te ontwikkelen of te verbeteren.
Mentale gezondheidgeletterdheid of psycho-educatie
Kennis en opvattingen over psychische stoornissen; het verminderen van stigma en het vergroten van bewustzijn; psycho-educatie
Mindfulness
Psychologisch proces waarbij men de aandacht richt op ervaringen die zich in het huidige moment voordoen, wat ontwikkeld kan worden door middel van meditatie en andere trainingen.
Ontspanning
Technieken om jezelf te bevrijden van spanning en angst; leren hoe je jezelf uit een staat van onrust kunt halen.
Probleemoplossing
Het proces waarbij een oplossing voor een uitdaging of moeilijk probleem wordt gevonden en eventueel in de praktijk wordt gebracht.
Stellen van doelen
Het vaststellen van een doel; het bepalen van meetbare manieren om dit te bereiken en een tijdlijn.
Steunnetwerk
Het identificeren van een groep mensen die emotionele en praktische hulp kan bieden bij het omgaan met moeilijke situaties.
Zelfregulatie
Het vermogen om de eigen gedachten, emoties en gedragingen te beheersen om doelen te bereiken, waarbij geloof in de eigen capaciteiten (zelfeffectiviteit), controle over impulsen (zelfbeheersing) en voortdurende zelfobservatie en -aanpassing (zelfmonitoring) een rol spelen.
Zelfvertrouwen en eigenwaarde
De manier waarop individuen zichzelf waarnemen of beoordelen.